Zorgboerderij 'De Naoberhoeve', Echten
Zorgtuinderij 'de Lorr', Heide
Zorgboerderij 'Westbroek', 't Harde
Zorgboerderij 'Passiflorahoeve', Harskamp
Bronlaak-Heimdal; sociaaltherapeutische woon- en werkgemeenschap, Oploo
Ruimzicht, Scherpenzeel

Vrijgesteld voor zorgprestaties

Vrijstelling BTW voor zorgboerderijen

Zorgboerderijen zijn met ingang van 1 januari 2002 vrijgesteld van BTW-heffing voor hun zorgprestaties. Voor die tijd moesten zorgboerderijen 19% BTW afdragen over de vergoeding die zij ontvangen voor de opvang van zorgvragers. Per 1 januari 2002 is dit veranderd. De BTW-vrijstelling voor zorgboerderijen is vastgelegd in de Wet op de Omzetbelasting 1968.
 
Voor wie en wat geldt de vrijstelling?
1. De vrijstelling geldt alleen voor agrarische bedrijven (landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers) die de agrarische productie combineren met zorg.
2. De vrijstelling is alleen van toepassing op de zorgdiensten van deze bedrijven, bestaande uit 'het verlenen van dagbesteding, arbeidstraining of dagopvang'. Voor alle andere productie op het bedrijf (landbouwproductie, minicamping et cetera) blijft het oude BTW-regime gelden (al dan niet met toepassing van de landbouwregeling).
3. Voorwaarde is dat het bedrijf een schriftelijke overeenkomst heeft met:
  • een AWBZ-toegelaten instelling (een instelling voor verstandelijk of lichamelijk gehandicaptenzorg, ouderenzorg of geestelijke gezondheidszorg) en/of
  • een instelling op het terrein van sociaal en maatschappelijk werk (bijvoorbeeld een gemeente of een uitkerende instantie zoals bijvoorbeeld het Gak) en/of
  • iemand die op grond van de AWBZ een persoonsgebonden budget heeft, dat hij/zij (mede) gebruikt om zorg in te kopen op de boerderij.
Zorgboerderijen vallen dus alleen onder de vrijstelling als zij aan de punten 1, 2 Ún 3 voldoen.
 
Ook zorgboerderijen die zelf een AWBZ-toelating hebben, dienen vrijstelling van BTW-heffing over hun zorgprestaties aan te vragen bij de Belastingdienst.
 
Consequenties
De vrijstelling heeft voor zorgboerderijen de volgende consequenties.
 
1. Administratie.
De vrijstelling heeft alleen betrekking op de zorgdiensten op het bedrijf. Dit betekent dat zorgboerderijen in hun administratie de inkomsten en uitgaven voor de zorg nauwkeurig moet scheiden van de overige inkomsten en uitgaven voor het bedrijf. De Belastingdienst moet immers kunnen controleren of de vrijstelling wel juist is toegepast.
2. Contact met de Belastingdienst.
Zeker als u twijfelt of de boerderij wel aan de voorwaarden voldoet, is het raadzaam om zelf (of via uw boekhouder) contact te leggen met de regionale belastingdiensteenheid. Dit om misverstanden achteraf te voorkomen.
3. Herberekening kostprijs.
Door de BTW-vrijstelling hoeven zorgboerderijen geen 19% meer af te dragen over de vergoeding die zij ontvangen voor de zorg. Daar staat tegenover dat de zorgboerderij ook over de uitgaven die zij doet voor de zorg op het bedrijf geen BTW meer terug kunnen vorderen. Boerderijen zullen hun kostprijs dus opnieuw moeten berekenen. Aangezien de arbeidstijd van de boer/boerin bij de meeste zorgboerderijen de grootste component is, zal de kostprijsstijging meestal beperkt blijven. Al met al zullen de meeste zorgboerderijen goedkoper worden voor hun klanten.
 
De BTW-vrijstelling voor zorgboerderijen is voor de sector een zeer positieve ontwikkeling. Ten eerste omdat zorg op een zorgboerderij voor de afnemer (klant) goedkoper wordt en de marktpositie van zorgboerderijen dus gunstiger wordt en ten tweede omdat de Rijksoverheid hiermee laat zien dat zij zorg op zorgboerderijen serieus neemt en wil stimuleren.
 
Mocht u vragen hebben over de wijzigingen in het BTW-stelsel, dan kunt u contact opnemen met Verenigde Zorgboeren. Bij de Belastingtelefoon ondernemers (0800)  0443 kunt u terecht voor meer algemene vragen. Voor meer specifieke vragen kunt u contact opnemen met de belastingdiensteenheid in uw eigen regio. 

Zorgboerderijen die niet onder de BTW-vrijstelling vallen

Voor zorgboerderijen die niet onder de BTW-vrijstelling voor zorgboerderijen vallen (bijvoorbeeld omdat ze geen agrarisch bedrijf zijn) bestaat soms de mogelijkheid om toch vrijstelling te krijgen. Deze vrijstelling moet ieder bedrijf bij de eigen Belastingdienst vragen.
 
Oplossing 1. Vrijstelling vragen via artikel 11, lid f van de Wet OB
Op grond van artikel 11, lid f van de Wet Omzetbelasting (OB) kan vrijstelling worden verleend voor 'leveringen en diensten van sociale of culturele aard, mits de ondernemer geen winst beoogt en niet een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen'.
In bijlage B van het Uitvoeringsbesluit OB is onder post b een lijst van instellingen genoemd die vrijgestelde prestaties van sociale of culturele aard verrichten. De zorgprestaties van zorgboerderijen kunnen hieronder worden geschaard. Argumenten die hierbij kunnen worden aangevoerd zijn:
 
Sociaal of cultureel karakter.
De zorgprestaties van de zorgboerderij zijn aan te merken als prestaties van sociale of culturele aard, aangezien het vooral gaat om het verzorgen en begeleiden van personen die (nog) niet zelfstandig kunnen werken. In die zin zijn de zorgprestaties van de zorgboerderij te vergelijken met de van BTW vrijgestelde prestaties van dagverblijven voor gehandicapten (post b-12), psychiatrische inrichtingen (post b-13), bejaardenoorden (post b-23), instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (post b-24) en instellingen voor jeugdhulpverlening (post b-30). Met andere woorden: de zorgprestaties van de zorgboerderij hebben geen economisch doel, maar veel meer een sociale functie. De vergoeding die de zorgboeren hiervoor krijgen, heeft derhalve het karakter van een niet met BTW belaste onkostenvergoeding.
Geen winstoogmerk.
Bij het 'zorgdeel' van een zorgboerderij is van een winstoogmerk geen sprake. De vergoeding die de zorgboeren ontvangen voor de door hen verleende zorg en/of begeleiding ligt doorgaans tussen de 15 en 45 euro per persoon per dag (afhankelijk van de zorgbehoefte van de betreffende persoon). Deze vergoeding is minimaal in verhouding tot de kosten die de boer moet maken en de tijdsinvestering die hij doet: kosten voor maaltijden/koffie en werkkleding voor de deelnemers, (aangepast) gereedschap, verzekering van de deelnemers et cetera;  investeringen die nodig zijn om het bedrijf geschikt te maken voor zorgverlening, bijvoorbeeld een kantine en sanitaire voorzieningen en de opzet van onrendabele activiteiten om afwisselend werk te kunnen bieden (bijvoorbeeld moestuin of geitenweide);  tijdsinvestering in de dagelijkse begeleiding van de deelnemers, administratieve taken samenhangend met de zorg (bijvoorbeeld het bijhouden van de zorgdossiers van de deelnemers), overleg met de betrokken instelling en/of de familie van de deelnemers, deelnemen aan scholingsactiviteiten en werkzaamheden in het kader van het kwaliteitssysteem zorgboerderijen.
Wellicht ten overvloede: de werkprestaties van de deelnemers hebben over het algemeen een zeer beperkte economische waarde, zeker wanneer dit wordt afgezet tegen de tijd die de boer er in moet steken om de mensen tot deze prestaties te brengen.
 
Geen verstoring van concurrentieverhoudingen.
Door zorg en begeleiding op zorgboerderijen vrij te stellen van BTW zal geen ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen optreden, aangezien er in de huidige situatie geen ondernemers zijn die dezelfde diensten aanbieden met winstoogmerk. Andere aanbieders zijn zorginstellingen en deze zijn reeds vrijgesteld van BTW-heffing.
 
Oplossing 2. Vrijstelling op grond van artikel 11, lid c van de Wet OB
Wanneer de zorgboerderij zorg en begeleiding biedt aan personen die in een inrichting zijn opgenomen, kan vrijstelling worden verleend op grond van artikel 11 lid c van de Wet OB.
Op veel zorgboerderijen worden personen verzorgd die in AWBZ-toegelaten instellingen verblijven en alleen voor dagopvang, dagbesteding of arbeidstraining naar de boerderij komen (bijvoorbeeld mensen opgenomen in een intramurale instelling voor verstandelijk gehandicapten of in een psychiatrisch ziekenhuis). In deze gevallen is onzes inziens artikel 11 lid c van toepassing, ongeacht of de verzorging plaatsvindt binnen of buiten een in de wet beschreven inrichting. Ook hier geldt dat geen sprake van een winstoogmerk of van verstoring van concurrentieverhoudingen.

Oplossing 3. Vrijstelling op grond van artikel 11, lid o van de Wet OB
Voor zorgboerderijen die zich specifiek richten op het opleiden en trainen van mensen met een beperking tot min of meer volwaardige arbeidskrachten, kan vrijstelling worden verleend op grond van artikel 11, lid o van de Wet OB.
Deze prestaties kunnen worden gerekend tot onderwijsactiviteiten, waarop dit artikel van toepassing is. Ook hier geldt dat geen sprake is van winstoogmerk of verstoring van concurrentieverhoudingen.
Voor alle duidelijkheid: alleen de zorgprestaties van de zorgboerderij kunnen worden vrijgesteld van BTW. Voor het agrarische gedeelte van de exploitatie (de opbrengst van de agrarische tak) blijft het normale BTW-regime gelden.

« terug