Ruimtelijke ordening
Zorgboerderijen en Ruimtelijke ordening
Een zorgboerderij moet rekening houden met het ruimtelijke beleid van de overheid. Tegenwoordig is er in steeds meer bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor vormen van verbrede landbouw, zoals zorgboerderijen. Dat houdt in dat initiatiefnemers ten opzichte van voorheen beter weten waar ze aan toe zijn en dat ook gemeenteambtenaren een duidelijker handvat hebben hoe met dit onderwerp omgegaan moet worden. Over het algemeen is er een positieve tendens waarneembaar in de ontwikkelingsmogelijkheden in het landelijke gebied voor vormen van verbrede landbouw, een zorgboerderij is meestal geaccepteerd als een aanvaardbare functie in het buitengebied.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relatie zorg en de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet Milieubeheer (Wm), het Besluit landbouw milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het is niet eenduidig aan te geven hoe gehandeld moet worden op het gebied van Ruimtelijke Ordening wanneer men een zorgboerderij start. Dit hangt af van de inhoud van het bestemmingsplan, de situatie van het bedrijf, de plannen en de welwillendheid van de gemeente. Daarbij kan ook nog een rol spelen of de zorg plaatsvindt in een reeds bestaand gebouw of dat er een nieuw gebouw voor opgericht moet worden. Ook de manier zorg op de boerderij kan van doorslaggevend belang zijn. Is de zorg gericht op het werken op het bedrijf dan is dat heel wat anders dan dat het zorg is die daar geheel los van staat. Ook is er bijvoorbeeld een groot verschil tussen zorg die uitsluitend bestaat uit dagopvang of dat er ook sprake is van 24 uurszorg of een andere woonvorm.
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
In Nederland zijn voor de realisering van zorg op de boerderij verschillende wetten van belang. De belangrijkste in het kader van de realisering van zorg zijn:
- Wet ruimtelijke ordening (Wro);
- Wet milieubeheer (Wm) en het Besluit landbouw milieubeheer.
In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden ruimtelijke ordening en milieu-aspecten aan elkaar gekoppeld. Waar voorheen sprake was van een bouwvergunning of een milieuvergunning, is met de introductie van de Wabo in 2010 sprake van een omgevingsvergunning. In een omgevingsvergunning worden diverse verschillende vergunningen (zoals bouw, milieu, kappen, inrit maar ook een afwijking van het bestemmingsplan) geïntegreerd in één omgevingsvergunning. Dit kan betekenen dat voor uitoefenen van een zorgboerderij een omgevingsvergunning nodig is. Heb je niet met een omgevingsvergunning te maken dan is er wellicht een melding nodig op grond van het Besluit landbouw milieubeheer. Ook een combinatie hiervan is mogelijk.
Het Rijk en de provincies bepalen in grote lijnen wat in het buitengebied wel en niet mag. De Wm wordt geheel op rijksniveau bepaald. De Wro kent verschillende lagen. Het Rijk bepaalt het grote raamwerk, de provincies een globale invulling van het raamwerk en binnen deze grote lijnen bepaalt
elke gemeente zelf hoe dit wordt ingevuld. De hogere wetgeving bepaalt het beleidsmatige plafond voor de lagere wetgeving. De gemeente legt haar invulling van het beleid vast in een bestemmingsplan en in dit bestemmingsplan worden bindende regels opgenomen. Een verzoek voor een zorgboerderij zal altijd aan het bestemmingsplan getoetst moeten worden. Binnen de procedure voor het opstellen van dit bestemmingsplan vindt ook een milieu-afweging plaats.
Bestemmingsplan
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om voor haar grondgebied een bestemmingsplan op te stellen. In zo’n bestemmingsplan is aangegeven op welke wijze de gronden en gebouwen gebruikt mogen worden en welke bouwmogelijkheden aanwezig zijn. In de regel wordt aan agrarische bedrijven in het buitengebied een agrarisch bouwvlak toegekend. Daarbij is beschreven dat gebouwen binnen dit bouwvlak gebruikt mogen worden voor de agrarische bedrijfsvoering. Dit geldt ook voor nieuw op te richten bouwwerken en natuurlijk ook voor het gebruik van alle gronden. Wanneer een perceel een agrarische bestemming heeft mag er alleen gewoond worden in de bedrijfswoning door de agrarische ondernemer en niet door anderen.
Verder geeft het bestemmingsplan bijvoorbeeld aan hoe groot de bebouwing op het perceel mag zijn. Meestal biedt de agrarische bestemming geen mogelijkheid voor zorg op een agrarisch bedrijf. Het gaat hier immers niet om agrarisch gebruik. Een aanpassing zal dan ook vaak noodzakelijk zijn. In nieuwere bestemmingsplannen zit meestal wat meer ruimte voor niet
agrarisch gebruik binnen de agrarische bestemming. Dit moet dan expliciet in het bestemmingsplan als zodanig vermeld staan. Meestal gaat dat via een omgevingsvergunning.
Iedereen die plannen heeft voor het opzetten van een zorgboerderij doet er verstandig aan te kijken of dit binnen het bestemmingsplan past. Hou er daarbij rekening mee dat planologische procedures tijdrovend en duur kunnen zijn!
Wet Milieubeheer
Op grond van de Wet milieubeheer worden de effecten van bedrijvigheid getoetst aan hun effecten op de omgeving in de meest brede zin van het woord. Andersom worden ontwikkelingen in de omgeving getoetst aan de aanwezige bedrijven (de zogenaamde omgekeerde werking). Voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten kan een milieuvergunning noodzakelijk zijn. In de Wm is geregeld wanneer hiervan sprake is. Sinds de Wabo in 2010 is ingevoerd heet een milieuvergunning een Omgevingsvergunning onderdeel milieu. Wanneer je als bedrijf niet vergunningplichtig bent val je meestal onder een Algemene Maatregel Van Bestuur (AmvB). In de agrarische sector gaat het dan meestal om het Besluit landbouw milieubeheer.
Wanneer je wilt starten met een zorgboerderij is deze niet opgenomen in de milieuvergunning van je bedrijf en valt dit ook niet onder de werkingsfeer van de AmvB. Een aanpassing zal dan ook noodzakelijk zijn. Wanneer je bedrijf vergunningplichtig is (bv veehouderijen van een bepaalde omvang) kan dit door de vergunde bedrijfsactiviteiten te wijzigen. Dit gebeurt via de omgevingsvergunning. Tegenwoordig moet je dit digitaal doorgeven via het Omgevingsloket. Daarvoor heb je een tekening nodig en een omschrijving van de verandering die er plaatsvindt. Valt je bedrijfsvoering onder de werkingsfeer van de AmvB (bv akkerbouw) dan moet je dat melden op grond van de AmvB. Ook hiervoor moet je een tekening aanleveren en een omschrijving van de zorgactiviteiten. De AmvB valt niet onder de Wabo en deze melding kan dan ook niet via het Omgevingsloket, maar kan bij de gemeente gedaan worden. Overigens zal de AmvB in 2013 opgaan in het zogenaamde Activiteitenbesluit. Dit kan betekenen dat bedrijven die nu nog vergunningplichtig zijn, onder dit Activiteitenbesluit komen te vallen. De systematiek blijft echter grotendeels ongewijzigd.
Het kan zijn dat een gemeente geen genoegen neemt met de verandering omdat bijvoorbeeld het aantal vervoersbewegingen van en naar het bedrijf toeneemt. In dat geval kan een aanpassing van de omgevingsvergunning worden gevraagd, afhankelijk van de gemeente en de ligging van het bedrijf. Het kan ook zijn dat je als bedrijf vergunningplichtig wordt wanneer je nu nog onder de AmvB valt. Omdat er een nieuwe activiteit wordt toegevoegd kan de gemeente in dit geval verzoeken om een omgevingsvergunning aan te vragen.
Grootste probleem voor nieuwe zorgboerderijen is meestal de vraag of deze als geurgevoelig object mogelijk een belemmering vormen voor omliggende agrarische bedrijven. Een zorgboerderij als onderdeel van een agrarisch bedrijf (een inrichting) is een geurgevoelig object met dezelfde status als een bedrijfswoning. Hiervoor geldt dat ten minste 50 meter afstand in acht moet worden genomen tot aangrenzende agrarische bedrijven (gemeten vanaf rand bouwvlak) in het buitengebied.
Een zorgboerderij is derhalve geen belemmering voor andere agrarische bedrijven wanneer deze op meer dan 50 meter van het meest nabij gelegen agrarisch bedrijf is gesitueerd en onderdeel uitmaakt van een agrarisch bedrijf.
Koppelingen
De gemeente moet de ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmingsplan toetsen aan de Wet Milieubeheer. Vanuit de Wet Milieubeheer liggen er ook directe koppelingen met de Wro. Het is via deze koppeling verboden om een gebouw op te richten en/of te gebruiken als de omgevingsvergunning dat niet toelaat. Het toetsen aan beide wetgevingen moet dan ook tegelijkertijd gebeuren. Dit gebeurt via de omgevingsvergunning op grond van de Wabo.
Aard en omvang van de zorgboerderij
In aard en omvang kunnen er in de zorg grote verschillen zitten. Aard en omvang bepalen in grote mate de toelaatbaarheid van de functies op het agrarische bedrijf.
Uitgangspunt voor een realiseerbaar plan behoort te zijn, dat zorg op de boerderij een wezenlijk onderdeel is van de inrichting en er een vaste koppeling bestaat tussen de zorg en het functioneren van de boerderij.
In alle gevallen is daarbij een zorgvuldige planbeschrijving een must. Daarin moet ook de samenhang tussen zorg en agrarisch bedrijf helder worden omschreven.
Verder moet er rekening worden gehouden met toetsing van de plannen op een aantal beleidsmatige en technische aspecten als:
- ruimtelijke uitstraling;
- ligging;
- landschappelijke inpassing;
- verkeersbewegingen;
- geluids(overlast)bepalingen;
- bouwtechnische inrichtingeisen;
- vergunningplicht;
- riolering enzovoort.
Het is aan te bevelen om te voorkomen dat u verstrikt raakt in al deze regelgeving. Zoek daarom, voor het (voor)overleg met de gemeente en de concrete aanvraagprocedures¸ vooraf steun bij een onafhankelijk en deskundige adviseur op het gebied van ruimtelijke ordening en milieubeheer
(ROM). Hij of zij kan u, op ROM-gebied, ook verder begeleiden bij het realiseren van uw plannen.
Een zorgboerderij ligt doorgaans in het buitengebied. Er zijn diverse situaties mogelijk:
1. Het agrarische bedrijf blijft functioneren;
2. Het agrarische bedrijf stopt;
3. Er wordt invulling gegeven aan een leegstaande locatie;
4. Er wordt geheel nieuw gebouwd.
Deze vier opties zijn op zich weer onder te verdelen in verschillende soorten zorg:
a) zorgboerderij met dagbesteding;
b) zorgboerderij met logeeropvang;
c) zorgboerderij met woonvoorziening.
1a. Zorgboerderij met dagbesteding
Een dergelijke zorgboerderij zal over het algemeen als acceptabel worden beschouwd. De deelnemers werken mee op het bedrijf en de dagbesteding vergt weinig investeringen. Meestal is een kantine wel gewenst. Deze is vaak te realiseren in een bestaande ruimte. Op het moment dat er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit kunnen er vertragingen gaan ontstaan. De vraag, bij de beoordeling van een noodzakelijke omgevingsvergunning bouwen, is in hoeverre er gebouwd wordt voor de agrarische bedrijfsvoering en of het past binnen het kader van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning milieu. Dit punt is zeker discutabel en de beoordeling zal per gemeente verschillen.
Hoofddiscussiepunt zal zijn of de arbeidsinzet productief is voor het bedrijf of voor de zorg. In het eerste geval zal het geen probleem zijn, in het tweede geval wel. Een procedure voor het realiseren van de zorgboerderij kan het gevolg zijn. Welke procedure dat is, wordt in het stroomschema weergegeven. In de modernere bestemmingsplannen is in veel gevallen voldoende ruimte aanwezig om dit bij recht of met een omgevingsvergunning te regelen.
1b. Zorgboerderij met logeeropvangIn beginsel zit er weinig verschil tussen deze optie en de vorige. Het wezenlijke verschil is het nachtelijke verblijf van deelnemers. Zolang dat kan worden gerealiseerd binnen de inhoud van de bedrijfswoning, bijvoorbeeld in de vorm van extra slaapkamers, zal de problematiek niet verschillen van die van 1a. Wel is hier natuurlijk een omgevingsvergunning bouwen nodig als er extra kubieke meters nodig zijn om de logeerruimte te realiseren. Ook hiervoor gelden dan weer procedures.
1c. Zorgboerderij met woonvoorzieningDeze optie verschilt wezenlijk van die van de voorgaande twee. Hier zal sprake zijn van een extra woning/woonruimte. In beginsel zal deze extra woonruimte worden getoetst aan de bedrijfsmatigheid (is het noodzakelijk voor beheer en toezicht). Al heel snel kan de conclusie getrokken worden dat dat niet het geval is. Immers de bewoner kan niet zelfstandig toezicht houden. Om dit op te lossen is een omgevingsvergunning nodig of zelfs een herziening van het bestemmingsplan. Wonen op een agrarisch bedrijf (anders dan in de bedrijfswoning) is namelijk niet toegestaan. Voor meer informatie over wonen op de boerderij, zie deel I.
De overige situatiesDe onder 2, 3 en 4 genoemde situaties wijken in zoverre af van die onder 1 dat
hier een andere beleidsbenadering past. Situatie 2 valt onder het beleid voor Vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. Hierbij wordt beoordeeld of de nieuwe functie binnen het beleid op die locatie past. Er zal een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zijn om de nieuwe functie te realiseren. Nieuwere bestemmingsplannen hebben in het algemeen wat meer faciliteiten om dit met een wijzigingsplan (artikel 3.6, lid 1a Wro) te regelen. Is die niet in het bestemmingsplan opgenomen dan moet er een zogenaamd postzegel plan worden opgesteld.
Situatie 3 valt onder het beleid voor de plattelandsvernieuwing. Leegstaande en met verpaupering bedreigde locaties kunnen met een nieuwe functionele invulling weer een impuls geven in een bepaald gebied. De noodzakelijke procedures zullen niet van situatie 2 verschillen, omdat het hier in
veel gevallen gaat om een locatie waar een agrarisch bedrijf gestopt is.
Situatie 4 is vergelijkbaar met 3, zij het dat hier duidelijk een zwaardere afweging moet worden gemaakt: “Verdraagt het RO-beleid, het milieu en het landschap deze nieuwe functie?” Dat zal de hamvraag zijn bij een dergelijke ontwikkeling. Gehele nieuwbouw ten behoeve van een niet agrarische functie in het buitengebied ligt niet voor de hand en deze situatie zal zich dan ook niet
vaak voor doen.
In de praktijk blijkt dat er nogal verschillend met deze kwesties wordt omgegaan. In sommige gevallen blijkt een (schriftelijk) verzoek te resulteren in een antwoord met de strekking van “het kan niet”. In andere gevallen is het “we willen wel maar weten nog niet hoe” en in weer andere gevallen is
het “wij willen wel maar mogen niet van de provincie”.
Op de te volgen procedures wordt apart teruggekomen. De meest belangrijke vraag is immers wil de gemeente meewerken of niet, want waar een wil is, is een weg. Daarna volgt de vraag hoe ze dat wil doen.
Procedures
Als de bereidheid tot medewerking er is bij de gemeente zijn er in principe vijf routes waarlangs de zorgboerderij gerealiseerd kan worden.
Als eenmaal de keuze voor de start van een project is gemaakt, is de eerste vraag die gesteld moet worden: “Wil de gemeente aan mijn project meewerken?” Een oud gezegde is hier van toepassing:
Niets is onmogelijk voor hen die willen!Om te kunnen bepalen of die wil er is, moet eerst een overleg gestart worden met de ambtenaren van uw gemeente en mogelijk ook met de verantwoordelijke wethouder. Belangrijk is dat u op voorhand weet wat u wil en dit kunt laten zien aan de hand van een projectplan en een tekening met ruimtelijke onderbouwing. Dit maakt het voor de gemeente makkelijker om te beoordelen of en in hoeverre medewerking mogelijk is.
Als de bereidheid tot medewerking er is bij de gemeente zijn er in principe vijf routes waarlangs de zorgboerderij gerealiseerd kan worden.
Planologische route
|
Wettelijke basis
|
Procedure
|
Toelichting
|
| 1. Direct | Bestemmingsplan | Geen, tenzij bouwactiviteiten | Het BP staat direct een zorgboerderij toe |
| 2. Binnenplanse afwijking | Wabo, Omgevingsvergunning | Reguliere wabo procedure, 8 weken | In het BP is aangegeven onder welke voorwaarden afgeweken mag worden |
| 3. Buitenplanse afwijking | Wabo, Omgevingsvergunning | Uitgebreide wabo procedure, 6 maanden | In het BP is geen mogelijkheid opgenomen om af te wijken |
| 4. Wijziging bestemmingsplan | Wro | Besluit binnen 8 weken na afloop terinzage termijn | In het BP is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen met voorwaarden |
| 5. Herziening bestemmingsplan | Wro | Ten minste 26 weken | Er wordt een postzegelplan gemaakt |
Het stroomschema (eind van deze paragraaf) geeft de wegen aan die bewandeld moeten worden om een initiatief te realiseren. Beelden spreken soms duidelijker dan tekst. Uitleg van de RO-procedures is wenselijk om duidelijk te maken waar u mee te maken hebt en welke voor- en nadelen er aan een procedure zitten.
1. directe mogelijkheid
Dit is de meest eenvoudige route om tot realisering van een zorgboerderij te komen. Voorwaarde is wel dat een zorgboerderij binnen de bestemming direct is toegestaan. Dit moet dan in de doeleindenomschrijving van de bestemming of in de begripsbepalingen opgenomen zijn. Deze optie komt nog niet zo heel veel voor. Wel is vaak in de gebruiksbepalingen dan een maximaal oppervlak aan bebouwing opgenomen dat voor de zorgboerderij benut mag worden. Feitelijk komt het er op neer dat u direct kunt beginnen met een zorgboerderij. Hiervoor hoeft geen procedure doorlopen te worden. Alleen wanneer u bouwactiviteiten gaat uitvoeren die vergunningplichtig zijn moet een omgevingsvergunning aangevraagd worden en moet de daarvoor gebruikelijke procedure doorlopen worden.
2. binnenplanse afwijkingDe tegenwoordig meest voorkomende route om tot realisering van een zorgboerderij te komen is door middel van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan (Wro artikel 3.6.1c). Dit is de oude binnenplanse vrijstellingsbevoegdheid. Het biedt de mogelijkheid aan B & W om af te wijken van het bestemmingsplan voor ondergeschikte onderdelen. Dit kunnen functies, werkzaamheden of bouwwerken zijn. De reikwijdte waarvoor deze afwijking wordt verleend moet in het bestemmingsplan omschreven staan, en ook onder welke voorwaarden. Dit is de “lichtste’’ procedure binnen het kader van de Wro. De afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend via een omgevingsvergunning afwijking van het bestemmingsplan.
--> De tijdsduur van de reguliere procedure bedraagt 8 weken (verlenging met 6 weken mogelijk).
3. buitenplanse afwijkingWanneer in het bestemmingsplan geen mogelijkheid is opgenomen om af te wijken van het bestemmingsplan, kan op basis van artikel 2.12 van de Wabo met een omgevingsvergunning toch afgeweken worden van het bestemmingsplan (de oude artikel 19, lid 1 WRO procedure of het projectbesluit). Dit is aan de orde wanneer de gemeente beleidsmatig geen probleem heeft met het plan voor een zorgboerderij maar er in het bestemmingsplan niks geregeld is. Er wordt dan éénmalig afgeweken van het bestemmingsplan aan de hand van een concreet plan. Voorwaarde is dat het plan voorzien is van een goede ruimtelijke onderbouwing. Er kleeft echter één groot nadeel aan. Er wordt (in een positief geval) alléén voor dat specifieke bouwplan en dat bepaalde gebruik een omgevingsvergunning verleend. Elke aanpassing vereist formeel weer een nieuwe procedure. Aangezien deze procedure grotere consequenties heeft dan de route onder 2, wordt aan deze route procedureel meer eisen gesteld (mogelijkheid tot inspraak/bezwaar voor de omgeving). Hiertoe wordt de zogenaamde uitgebreide procedure gevolgd.
--> De tijdsduur van de uitgebreide procedure bedraagt 6 maanden (verlenging met 6 weken mogelijk).
4. wijziging bestemmingsplan
Met een wijzigingsplan (Wro artikel 3.6, sub 1a) kunnen (meestal) B & W de bestemming wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid en in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden deze toegepast mag worden, is in het bestemmingsplan vastgelegd. Het bestemmingsplan voorziet dan beleidsmatig al in (door de raad vastgestelde) alternatieve functies voor leegkomende agrarische bedrijfsgebouwen. Het verschilt per gemeente hoe die bevoegdheid is gedefinieerd en welke ruimte die dus biedt. Een wijzigingsprocedure wordt meestal toegepast als de bestaande bestemming niet meer uitgeoefend wordt. Bijvoorbeeld bij het stoppen van een agrarisch bedrijf kan de agrarische bestemming (het bouwvlak) er afgehaald worden en dan zijn er mogelijkheden voor de toekenning van andere functies. Deze procedure is lichter dan de herziening van het bestemmingsplan, omdat de raad geen besluit meer hoeft te nemen. Belangrijk is wel dat het hier om een bevoegdheid gaat van de gemeente, dat wil zeggen dat men niet verplicht is om medewerking te verlenen.
--> De tijdsduur van deze procedure bedraagt enkele maanden. B & W moeten binnen 8 weken na afloop van de terinzage termijn van het ontwerp plan een besluit nemen.
5. herziening bestemmingsplanDe meest ingrijpende route om een zorgboerderij te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan (Wro artikel 3.1). Voor uw perceel wordt dan een apart bestemmingsplan gemaakt (een zogenaamd postzegelplan), waarin de mogelijkheid voor een zorgboerderij wordt geregeld. Voor de herziening van een bestemmingsplan moeten diverse stukken worden aangeleverd (ruimtelijke onderbouwing, onderzoeken), wat het tot een kostbaar proces kan maken. Voordeel is dat in het bestemmingsplan de kaders opgenomen zijn waaronder een zorgboerderij mogelijk is. Realisering van de zorgboerderij is dan mogelijk zolang u maar binnen die kaders blijft (bijvoorbeeld het toegestane oppervlak aan bebouwing dat benut mag worden). Daarmee onderscheidt dit zich van de afwijkingsbevoegdheid waarbij u altijd aan het ingediende (bouw)plan gehouden bent. Een herziening van het bestemmingsplan geeft dus een grotere flexibiliteit. Het vaststellen van een bestemmingsplan is voorbehouden aan de gemeenteraad en is de meest omvangrijke procedure in het kader van de Wro.
--> De tijdsduur van deze procedure bedraagt ten minste 26 weken vanaf het moment van terinzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan (mede afhankelijk van bezwaar en beroep).
Procedurekeuze. De gemeente zal, gerelateerd aan de zwaarte van de situatie en de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, een keuze moeten maken voor de procedure die ze wil toepassen. Daarop kunt u weinig invloed uitoefenen. De keuzemogelijkheden worden onder andere bepaald door de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. In zijn algemeenheid is het dan ook van belang dat bij de totstandkoming van bestemmingsplannen aandacht wordt geschonken aan dit onderwerp. Een goede flexibiliteitsregeling, dat wil zeggen goede afwijkings- en wijzigingsbepalingen, is heel belangrijk. Daarmee kunnen later de procedures in individuele situaties aanmerkelijk vereenvoudigd worden. In individuele bestaande situaties is men aangewezen op de mogelijkheden die er zijn in het geldende bestemmingsplan. Dan is een binnenplanse afwijking of een wijzigingsplan het meest gunstig. Biedt het geldende bestemmingsplan geen aanknopingspunt dan zal er een buitenplanse afwijking moeten worden doorlopen of zelfs een volledige planherziening.
Vertraging door rechtsbescherming
Houd er rekening mee dat procedures altijd vertraagd kunnen worden door omwonenden die gebruik maken van de mogelijkheden die de rechtsbescherming hen biedt. Tijdig overleg met belanghebbenden kan in sommige gevallen voorkomen dat gebruik wordt gemaakt van bezwaar- en beroepsprocedures. Dat zal echter niet in alle gevallen afdoende zijn. In relatie tot agrarische bedrijven in de omgeving is het van belang goed inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van een nieuwe zorgboerderij voor hun bedrijfsvoering.
In de regel verdient het aanbeveling om in overleg met de gemeente uw plannen te realiseren binnen de bestaande agrarische bestemming. Alle initiatieven zullen moeten starten met een goed overleg met de gemeente op basis van een plan dat u voorlegt. Op basis van dat plan kan een formeel en gefundeerd schriftelijk verzoek ingediend worden. Dit zal een goede doorloop van uw plan in de procedure bevorderen.